Wat ons onder water houdt

Voor Vrijstaat Curieus schrijven fresh faces Kasper Nollet en Mahault Peeters naar elkaar; hoe kijken zij naar de samenleving van morgen? Lees hier het antwoord van Mahault op Kasper zijn eerste brief.

Lieve Kas


Wat werkt jouw beleving meevoerend! Ik voelde me ondergedompeld in een – voor mij nochtans – onbekend verhaal. 

Ik deel je verwondering over de herinnering aan je zwemlessen. Maar gek vind ik het niet. Soms is één bepaald gevoel al genoeg om iets ouds opnieuw naar boven te halen – een soort ingang naar herinneringen die stof liggen te vergaren. 

Toen ik je brief las, vroeg ik me daarom af of het niet vooral dat onbehagelijke gevoel is dat die twee – ogenschijnlijk verschillende – situaties met elkaar verbindt: de scrollende samenleving enerzijds, je zwemervaring anderzijds. Als dat zo is, fascineert het me hoe een gevoel dat je toen zo levendig ervaarde, je ook op een doordeweekse dag in de tram kan overvallen. Alsof enkel een emotie van zo´n intensiteit je vreemd kan doen opkijken van een beeld dat ondertussen zo vertrouwd is geraakt. 


***

Hoewel de twee situaties dus niet noodzakelijk inhoudelijk met elkaar verbonden zijn, zette je vergelijking me wel erg aan het denken. Het verscherpt voor mij de complexiteit waaraan het thema digitalisering onderhevig is. 

Als ik je zwemervaring heel nuchter bekijk, kom ik – zonder afbreuk te willen doen aan je beleving – tot een afgelijnd probleem. Jij verwachtte kopje onder te gaan én vooral te blijven, en stak je kop dus liever in het zand, dan in het water. Wat deed juf Miriam? Jou van het tegendeel bewijzen door je te confronteren met een veilige omgeving, waarbij de enige (maar, wat mij betreft, niet te onderschatten) keerzijde de schelle kinderstemmetjes, de penetrante chloorgeur en de beklijvende en warme zuurstofarme ruimte betreft. Hoe deed ze dat? Je de ogen laten openen. 


- als een ruimte tot de nok gevuld is, waar bevindt zich dan het veilige wateroppervlak? -

Bij digitalisering loop ik vast op zo´n heldere probleemanalyse. En je metafoor dekt dat voor mij volledig: als een ruimte tot de nok gevuld is, waar bevindt zich dan het veilige wateroppervlak? Heeft spartelen nog zin als er geen duidelijke uitweg is? 

Ik kies bewust voor het woord spartelen omdat het voor mij enkele erg concrete beelden oproept. Ik associeer het met paniek. Halsoverkop in actie treden zonder goed te weten waarom of waar naartoe. Bovendien verbind ik spartelen maar aan twee uitkomsten: doordoen of verzuipen. En omdat op termijn niemand dat eerste kan volhouden, kan je al raden welke uitkomst zich aan me opdringt. En misschien zit dáár wel een deel van het probleem: dat we een digitale stroom die razendsnel aan ons voorbij raast, zo eentje waarbij je oren achteraf nog even blijven nasuizen, beantwoorden met diezelfde impulsieve en spartelende snelheid. 

Misschien zit de moeilijkheid dus niet alleen in het feit dat we geen uitweg zien, maar ook in het feit dat we niet goed weten waarvan we nu net willen weg geraken. Want wat is nu eigenlijk problematisch aan digitalisering, en wat niet? Als ik die denkoefening voor mezelf wil maken, verval ik al snel in oppervlakkige antwoorden. Het is alsof de digitale wereld zo vanzelfsprekend voor me is geworden, dat ik me maar moeilijk bewust word van de impact die het op me nalaat. Vervelend, want is niet de insteek van deze briefwisseling om tot een ideaal of op zijn minst beter scenario te komen? Maar hoe begin ik daaraan als het probleem mij onduidelijk is?


***

Antwoorden op de vraag is nooit mijn sterkste kant geweest, en dat komt ook hier weer boven (water). Niet omdat ik tegendraads wil doen, maar omdat de – voorlopig – onbestaande probleemdefinitie al mijn aandacht lijkt op te slokken. 

Wat me daarin opvalt is dat ikzelf, en ik denk ook jij (en bij uitbreiding de rest van de maatschappij), vooral aandachtig ben voor de negatieve consequenties van ons digitaal gebruik. Ik herken me bijvoorbeeld sterk in stevige (en vooral onsmakelijke) porties doomscrollen. En net zoals een vettige maaltijd op je maag blijft liggen, laat ook dit gedrag een wrange nasmaak bij me achter. Maar als dat gedrag alleen maar negatief zou zijn, zou ons adaptief vermogen ons er dan niet al lang toe hebben gebracht om dit een halt toe te roepen? 

- Als jij gelooft dat duiken leidt tot totale overspoeling, is het sluiten van je ogen dan niet vooral een manier om je van zo´n doemscenario te beschermen? -

En misschien moeten we daarom niet alleen kijken naar wat er misloopt, maar ook naar wat dat gedrag ons blijkbaar oplevert. 

Neem nu kleine Kas die zijn ogen stevig toekneep. Het klopt zeker dat dit gedrag je verhinderde om zorgeloos in het water te spetteren. Maar je zei ook dat je schrik had om overweldigd te worden. Die schrik was misschien op los zand gebouwd, maar maakte hem daarom niet minder aanwezig. Als jij gelooft dat duiken leidt tot totale overspoeling, is het sluiten van je ogen dan niet vooral een manier om je van zo´n doemscenario te beschermen? 

Zou het niet kunnen dat wij ons vandaag op een soortgelijke manier tot die digitale wereld verhouden? Als ik dat naar mezelf vertaal, denk ik spontaan aan de natuurlijke ongemakkelijkheid, die zich met eenzelfde souplesse als zijde, over mijn lichaam drapeert. Banaal misschien, maar dat overvalt me op de meest gewone gelegenheden: als ik moet wachten op het perron, als mijn vriendin naar het toilet gaat tijdens onze wekelijkse koffiedate, … Mijn gsm kunnen vastnemen is dan een ware verademing: het sluit me af van een wereld waarin ik me anders toch alleen maar zorgen maak: naar waar moet ik mijn blik wenden, wat doe ik met mijn handen, wat zal de rest van me denken als ik hier zo alleen sta, en ga zo maar door. 

Is ons digitaal gebruik dus niet ook iets dat ons, tijdelijk dan toch, beschermt? Is er geen deel in ons aanwezig dat ons onder water wil houden, niet omdat we niet weten dat het zonlicht zich aan het oppervlak bevindt, maar omdat het daaronder, ook al troebeler, veiliger aanvoelt? 

Ik ben benieuwd. Welke functie dient digitalisering voor jou? Wat zorgt ervoor dat je ernaar blijft teruggrijpen? 


Liefs,

Mahault 

Mahault Peeters (2001). Vanuit haar achtergrond in de psychologie en haar werk rond ADHD-problematiek vertrekt ze bij wat er onder de oppervlakte speelt: hoe mensen denken, voelen en handelen in een complexe samenleving. Ze verdiept zich in onderwerpen als seksuele integriteit, lichamelijke autonomie, de psychologie van sociale media, naïeve hulpvaardigheid, duurzaamheid en de morele lading van gezondheid.

Haar perspectief wordt gevoed door studie en werk, maar ook door gesprekken met vrienden uit uiteenlopende domeinen en door een kritische lezing van het nieuws. Ze volgt al enkele jaren woord en stond tijdens verschillende toonmomenten op het podium, waar ze scherpe analyses combineert met een rustige, heldere vertelstijl.


Omslagbeeld door Yule Hermans

Blijf op de hoogte met de laatste artikelen