Allemaal in de visbokaal
Voor Vrijstaat Curieus schrijven fresh faces Kasper Nollet en Mahault Peeters naar elkaar; hoe kijken zij naar de samenleving van morgen?Lieve Mauhault,
Heel even leek het alsof ik weer boven water kwam. Ik wreef in mijn ogen en het was alsof het vocht zich langzaam uit mijn gezichtsveld terugtrok. Ook na een diepe duik kom je uiteindelijk weer boven. Alleen had ik deze keer niet eens beseft dat ik had gezwommen. Het gebeurde zo plots. Zoals een windvlaag die een paraplu met één stoot binnenstebuiten keert. Plof, plots staat de wereld op zijn kop. De werkelijkheid omgeplooid.
Dat kleine momentje van existentiële scherpte overviel me op een doordeweekse ochtend, zittend in de tram richting het werk. Na een stevig potje doomscrollen keek ik uiteindelijk op van mijn telefoon. Niets in het bijzonder had mijn aandacht getrokken. Ik keek om me heen en zag een vertrouwd beeld: iedereen rondom mij zat ook op zijn telefoon. Bij wijze van spreken neusdiep in het scherm, koptelefoons om het hoofd en de nek ver voorovergebogen.
Normaal zou zo’n beeld me niets doen. Het is dan ook gewoon geen vreemd zicht meer tegenwoordig. Toch voelde het deze keer anders. Iets aan de situatie voelde plots vervreemdend.
Toen ik als kind zwemlessen volgde, was ik doodsbang voor het water. Zwemjuf Miriam had al heel wat kinderen met – vrij letterlijk – koudwatervrees leren zwemmen, dus ze was niet aan haar proefstuk toe. Toch was ik geen gemakkelijke leerling. Door het water zwemmen, dat lukte nog wel. Maar een duik onder water nemen joeg me een onverklaarbare schrik aan. Ik was bang om vast te zitten, overweldigd te worden, de controle te verliezen.
- 'Vertrouw me. Doe ze maar gewoon open’, suste Miriam. Dat deed ik. -
Uiteindelijk besloot ze tot een doortastende aanpak. Na drie tellen duwde ze mijn hoofdje onder water. Ik herinner me nog levendig hoe het voelde om weer boven te komen. Tijdens die korte seconden had ik mijn ogen zo hard mogelijk dichtgeknepen. Toen ik bovenkwam, durfde ik ze eerst niet te openen. ‘Er zit water in, ik zie niets!’, riep ik. ‘Vertrouw me. Doe ze maar gewoon open’, suste Miriam. Dat deed ik. En wat eerst een onoverkomelijke drempel leek, was plots verdwenen. De kleine ik had alweer iets bijgeleerd en meer was er niet aan.
Het klinkt gek, maar het moment op de tram riep de herinnering aan die zwemles plots weer op: de ogen openen nadat ik ze nog zo had dichtgeknepen. Het leek een hele poos geleden dat ik de dingen rondom me nog zo scherp had waargenomen. En dan bedoel ik niet gewoon even wegkijken van mijn telefoon. Dat doen we allemaal wel eens (volgens recente nieuwsberichten wel steeds minder). Ik bedoel het in een ruimere zin: het hoofd boven water steken in een ruimte die tot de nok gevuld is. Maar niet met water, wel met digitale ruimte.
Want vandaag voelt het soms alsof we voortdurend aan het zwemmen zijn, wij allemaal. Tussen mensen die elkaar niet fysiek ontmoeten gaapte normaalgezien een leegte. Die leegte verleende de ontmoeting net meer waarde, al hing er ook een zeker ongemak rond. Nu is die ruimte ingevuld. Maar de digitale ruimte die in de plaats kwam, heeft ons niet dichter bij elkaar gebracht. Daarmee bedoel ik niet gewoon dat we veel tijd spenderen achter een schermpje en zo elkaar mislopen. Het gaat verder dan dat.
De grens tussen mijn online leven en de echte wereld lijkt eigenlijk bijna verdwenen. Vrienden zijn steeds vaker evenzeer profielen op een scherm als gezichten op de tram: namen die ik lees, avatars die ik herken, korte zinnen en emoji’s die onze gesprekken dragen.
Het gevolg van dat alles is dat wijzelf — en onze communicatie — vager worden. Minder scherp omlijnd. We bewegen door een leefwereld die voortdurend wordt doorkruist door meldingen, halve gedachten, vluchtige indrukken en emotionele en visuele prikkels. Die constante stroom verandert niet alleen hoe we met elkaar omgaan, maar ook hoe we de werkelijkheid ervaren.
Soms weet ik zelfs niet meer zeker of een gesprek met een vriend echt heeft plaatsgevonden, of alleen op een scherm. Herinneringen met anderen hechten zich niet langer uitsluitend aan plekken en momenten, maar ook aan chatvensters en meldingen. Een groot deel van onze gesprekken speelt zich nu af in een wereld die naast de fysieke bestaat. En is die communicatie effectief een uitbreiding op dat fysieke contact, of leidt ze ons ervan af? Welke nood is er in veel gevallen nog om elkaar fysiek te ontmoeten als er ‘alternatieven’ te over zijn?
- Soms voelt het alsof ik verdrink in een omgeving die druk en vol lijkt, maar vanbinnen eigenlijk leeg aanvoelt. -
En hoewel ik oprecht geniet van tijd met vrienden, ook online, merk ik dat de permanente digitale bereikbaarheid me uitput. Berichten blijven onbeantwoord, niet omdat ik niet wil reageren, maar omdat mijn hoofd geen ruimte meer vindt om die stroom te verwerken. Soms voelt het alsof ik verdrink in een omgeving die druk en vol lijkt, maar vanbinnen eigenlijk leeg aanvoelt.
Op Vrijstaat denken we na over de grote uitdagingen van vandaag. Misschien is dit er wel één die onze generatie het scherpst voelt: het gevoel dat we allemaal samen vastzitten in dezelfde troebele digitale visbokaal, of we dat nu willen of niet.
Het baart me zorgen. Ik vraag me af of we nog zullen begrijpen wat we onderweg zijn kwijtgeraakt, nu we elke leegte haast automatisch vullen met nóg meer schermtijd, meldingen en digitale ruis.
Technologiebedrijven gaan aan de haal met onze privacy, onze aandacht en ons geld. Dat verhaal kennen we ondertussen. Maar ze doen ook iets fundamenteler: ook zij duwen ons een kopje onder, maar deze keer niet met de bedoeling dat we weer boven komen. Of hebben we het zelf in de hand of en wanneer we terug boven komen? Kunnen we dat nog? En wat zullen we dan eigenlijk zien?
Hoe kijk jij naar die digitale wereld, Mahault? Hoe beïnvloedt ze jouw leven, jouw relaties, jouw manier van kijken naar de wereld om je heen?
Veel liefs,
Kasper
Kasper Nollet (°2000) is een onderzoeksjournalist met een bijzondere interesse voor onderwijs en sociale kwesties.
Hij ontdekte zijn passie voor journalistiek tijdens zijn studententijd in Leuven, waar hij naam maakte als redacteur en hoofdredacteur van het onafhankelijke studentenblad Veto. Kasper heeft een master in de geschiedenis en een educatieve master.
Kasper deed al onderzoek voor Apache en MO* Magazine, met een klemtoon op sociale kwesties, artificiële intelligentie, (hoger) onderwijs en internationale politiek.
Hij is de winnaar van de Belgodyssee-wedstrijd 2024 van VRT NWS en Knack. Vanaf september 2025 ging hij aan de slag als trainee-journalist bij VRT NWS.
Omslagbeeld door Sarah Yu Zeebroek